Actueel

 

Dinsdag 19 oktober 20.00 uur op Doxa

Augustinus. Een inleiding.

Augustinus van Hippo (354-430) geldt als een van de meest productieve auteurs uit de christelijke literatuur. Theologische en maatschappelijke dossierkennis, poëzie, mystiek en de passie aan tijdgenoten Christus en zijn Kerk te leren kennen gaan bij Augustinus hand in hand. Weinige schrijvers hebben de latere ontwikkeling van het Westers denken over God en mens zo gemarkeerd dan deze Afrikaan.

Augustinus. Een inleiding is een instapavond in het universum van deze grote kerkvader.

Inschrijven uiterlijk 15 oktober op: doxa@live.be

___________________________________________________________________

Dinsdag 21 september om 20.00 uur op Doxa:

Credo op muziek. Een wandeling doorheen de tijden.

Hoe is de tekst van het Credo ontstaan? Wat zijn de mijlpalen geweest in het toonzetten van de christelijke geloofsbelijdenis? Een muzikale Credo-wandeling in het gezelschap van onder anderen de Machaut, Bach, Mozart, Pärt... 

Inschrijven kan tot 18 september via:

 doxa@live.be 

__________________________________

Doxa: voordrachtconcert met Hesse 

Op zondag 29 augustus om 18.00 en om 21.00 uur trakteert Doxa u met het laatste voordrachtconcert in de reeks: "IK GELOOF in de kunst".

Michel Kempeners brengt sterke bladzijden uit De steppewolf van Nobelprijswinnaar Herman Hesse. De Steppewolf staat niet bekend als de meest perspectiefbiedende tekst uit de wereldliteratuur. Verrassend genoeg vindt men echter juist in dit werk opmerkelijke passages over “de gemeenschap van de heiligen”: en hoopvolle realiteit van solidariteit die het Credo – het geloofslied van de christenen - uitzingt. Haller en Hermine - een vastgelopen schrijver en een troostmeisje: hun zielsverwantschap brengt hen tot een steeds indringender dialoog die als een rode draad de fatale afloop laat doorschemeren. Maar eerst denken ze samen na over wat authentiek mens zijn is. En dan neemt het gesprek een onverwachte bocht.

 

Voor aangepast muzikaal tegengewicht zorgt op deze Hesse-avond saxofonist Kurt Bertels.

 

Na de eerste voorstelling van 18.00 uur kan men aansluitend de tentoonstelling “IK GELOOF in de kunst” bezoeken. De tweede tentoonstellingsperiode van 13 september tot 15 oktober. Meer info: www.doxa.be

 

 

ZONDAG 29 AUGUSTUS om 18u. en om 21u.

 

IK GELOOF in de woestijn

Uit: Hermann Hesse, De steppewolf

 

Voordracht: Michel Kempeners

Saxofoon: Kurt Bertels

 

Vrije inkom.

 

Doxa, Lombaardstraat 17, 3500 Hasselt, doxa@live.be

  

  

 ______________________________________________________________________

  

  

  

VRIJDAG 27 AUGUSTUS: NOCTURNE "IK GELOOF IN DE KUNST"

Omwille van het groot aantal bezoekers organiseert Doxa een nocturne voor de internationale tentoonstelling: "IK GELOOF in de kunst" op vrijdag 27 augustus.Vrijdag 27 augustus is "IK GELOOF in de kunst" te bezoeken van 14.00-22.00 uur.Van 20.00 tot 22.00 uur zijn er eveneens rondleidingen. _________________________________________________________________ DOXA TWEEDE VOORDRACHTCONCERT REEKS "IK GELOOF in de kunst"Zondag 22 augustus om 18.00 en 21.00 uur: “IK GELOOF in het Woord.” Studenten van de woordafdeling van het conservatorium van Hasselt brengen: Credo-poëzie. Gedichten van Gerhardt, Gezelle, Luzi, Otten, Rilke, Timmermans… Teksten die de geheimen van de christelijke geloofsbelijdenis zuurstof geven.Deze sterke woorden worden te hulp gesneld door Cello-suites van Johann Sebastian Bach vertolkt door de Hasseltse cellist en Elgar-kenner Koen Berger (°1984). Met hem gaan we even in gesprek 

 

Johann Sebastian Bach, Cellosuites, Koen Berger.

Hoe beleeft een jonge beroepsmusicus anno 2010 deze partituren door Bach geschreven tussen 1717 en 1723 tijdens zijn aanstelling in Cöthen?

 

Bachs cellosuites behoren de dag van vandaag tot het standaardrepertoire van iedere cellist. Iedereen speelt en kent ze en toch hoor je als je aandachtig luistert nooit 2 maal dezelfde versie. Het zijn misschien wel de meest subjectieve werken uit het hele cellorepertoire. Het is bij mij zelfs niet onmogelijk dat een suite op een zonnige zomerdag anders klinkt dan op een koude, regenachtige winteravond. Door de grote emotionele geladenheid in de verschillende delen speelt de gemoedstoestand een erg grote rol. Deze is op zijn beurt dan weer afhankelijk van alledaagse dingen zoals stress, drukte, vermoeidheid en zelfs het weer. Sowieso is het in de kunst haast altijd onmogelijk om objectief te blijven en als men spreekt over Bachs cellosuites heeft men daar al helemaal geen reden toe. Na Bachs dood in 1750 gingen de oorspronkelijke manuscripten van de suites verloren. Deze werden gelukkig vroegtijdig gekopieerd door diens tweede vrouw Anna Magdalena, maar werden door haar amper voorzien van boogstreken en fraseringen, wat tot gevolg heeft dat iedereen de suites vrij interpreteert. Het is dus met andere woorden ‘toegestaan’ de suites te spelen zoals je zelf wilt. De diversiteit van opnames is daar een bewijs van. Ook zit de artiest alleen met zijn/haar instrument op het podium wat een gevoel van intimiteit schept, maar tegelijkertijd een geweldige beheersing vereist. Bach blijft je verbazen, steeds ontdek je wel iets nieuws als je een suite vanonder het stof haalt en pas je al dan niet je versie hieraan aan. Vele grote cellisten nemen gedurende hun leven meerdere versies op van ‘hun’ cellosuites omdat ze niet meer tevreden zijn over de vorige editie. Ik ben reeds benieuwd wat Bach binnen 20 jaar voor mij in petto heeft...

 

 

Is er een suite of een beweging die jouw voorkeur geniet?

Mijn favoriete suites zijn de 2de en de 5de, maar het deel dat ik het liefste speel is de sarabande uit de 2de suite.

 

 

Doxa wil met "IK GELOOF in de kunst" de kruisbestuiving tussen kunst en christelijk geloof ruimte geven. Voel je in de cellomuziek van Bach zijn christelijk geloof of is die enkel van belang in zijn liturgische muziek?

 

Bach schreef de cellosuites in een periode dat hij actief was aan het hof van Leopold Anhalt-Köthen. Hier werd niet van hem verwacht dat hij ‘kerkelijke’ muziek schreef zoals voordien en kon hij dus rustig experimenteren met ‘niet-functionele’ muziek. Ook werken als de Brandenburgse concerten, het Wohltemperierte Klavier en de sonates en suites voor viool stammen uit deze periode. Oorspronkelijk was het dus niet Bachs bedoeling om deze suites te componeren als materiaal voor kerkdiensten, hoewel ik van mening ben dat sommige delen vanwege hun emotionele geladenheid perfect bruikbaar zijn als muzikaal intermezzo tijdens een eucharistieviering. Zo speel ik regelmatig op begrafenissen een sarabande uit de cellosuites. Bachs christelijk geloof vind ik er niet rechtstreeks in terug nee, maar het beluisteren en vooral het spelen van zijn muziek kan bezinnend werken en uiteindelijk maakt het dan voor mij persoonlijk niet veel uit met welk doel deze bijna 300 jaar geleden geschreven werd. Voor al wie even wil ontstressen of eens rustig wil nadenken raad ik aan om vanuit de zetel een volledige Bachsuite te beluisteren. En met luisteren bedoel ik ook echt in stilte luisteren. Gegarandeerd resultaat, onderschat nooit de kracht van goede muziek!

  Zondag 22 augustus om 18.00 en 21.00 uurVoordrachtconcert “IK GELOOF in het Woord”.DOXA, Lombaardstraat 17, 3500 Hasselt. Inkom vrij.   “IK GELOOF in de kunst” – 14-29 augustus / 13- september–15 oktober 2010Info: doxa@live.be / virgajessefeesten.be onder AGENDA

________________________________________________________

 Doxa voordrachtconcert

 

 

 IK GELOOF in de Schepper

 ZONDAG 15 AUGUSTUS 18.00 en 21.00 uur  

 

 Het eerste voordrachtconcert in de reeks van drie vindt plaats op zondag 15 augustus.

 

 “IK GELOOF in de Schepper” wordt verzorgd door twee getalenteerde Hasselaren. Andy Serdons brengt tweemaal de monoloog: "De Schepping" van Bart Moeyaert. Hij wordt begeleid door de harpiste Hannah van den Borne. Naar aanleiding van dit optreden het volgende interview met Serdons: 

 

 Andy Serdons en het woord: het zit je blijkbaar in de genen. Hoe is die passie begonnen? 

 Zoals alles begon het eerst met niets. Maar vanaf mijn twaalfde groeide mijn aandacht voor mooie woorden. Ik werd erdoor geprikkeld. Eerst waren het spreuken, dan proza en poëzie. In het Conservatorium heb ik dankzij woordkunstenaar Michel Kempeners ook de witruimte tussen de woorden ontdekt en kennis gemaakt met enkele goede schrijvers. Prévert, Vasalis, Joncker, Gezelle, Charms en vele anderen lieten me begrijpen dat woorden niet alleen uitdrukking geven aan wat we doen maar ook aan wat we willen; aan wat we wensen: aan wat we zouden willen doen.Tussen woorden en leven hangt er ook een sterke link. Woorden zijn abstracte wezens die je steeds opnieuw kan en moet interpreteren; moet recycleren.  Dat maakt dat woorden leven en interessant blijven; dat de passie voor woorden doorleeft. 

 

 Hoe voelt dat: al voordragend een publiek boeien?

 Aan de ene kant, probeer ik me zo hard mogelijk te schamen. Ik moet er zo sterk mogelijk in mijn blootje staan; liefst tot op mijn laatste bot. En dit terwijl iedereen kijkt. Als een tekst goed wordt gebracht, moeten mensen je ziel kunnen zien.Aan de andere kant vind ik voordragen voor een publiek ook erg leerrijk en dankbaar door de interactie met de mensen voor me: een kleine glimlach links; een “ahh” rechts. Zo krijgen sommige woorden onvoorzien een andere dimensie. Dat is erg boeiend en verrijkend.

 

 Maakt het voor jou een verschil: een tekst brengen van Gezelle of deze monoloog van Bart Moeyaert?

 Een kwalitatief goede tekst is een veel belangrijkere vereiste dan wie hem heeft geschapen of in welke stijl hij is geschreven. Gezelle en Moeyaert zijn beiden schrijvers met hun eigen specifieke kwaliteiten, waarvoor je alleen maar verwondering kan hebben. Wel is het zo dat een ‘klik’ met de tekst altijd mooi meegenomen is, net zoals dat het geval is in ontmoetingen met mensen. Uiteindelijk maken de verschillende stijlen het juist boeiend. De kern blijft echter altijd dezelfde : droge dode woorden tot leven brengen en voor zich laten spreken. Wat vind je de mooiste passage in het werk? Met ‘De Schepping’ heeft Bart Moeyaert een pareltje afgeleverd.  Niet voor niets leverde hem dat een “Zilveren Griffe”l op. Ook na een vierde, vijfde of zesde keer, doe je opnieuw ontdekkingen in zijn tekst. Eén passage er uit halen, zou afbreuk doen aan het geheel. Al heeft hij heel mooi de evolutie van de hoofdpersoon weergegeven: zijn afgunst, zijn twijfel, zijn zelfrelativering, zijn filosofische overpeinzingen (vb. ‘Als God en ik maar weinig zijn, is hij misschien van ons tweeën het meest’).

 

 

 Had Doxa gelijk om jouw voordracht van “De Schepping” aan te kondigen als een avond voor kleine en grote kinderen (volwassenen)?

 Misschien is een avond voor kleine volwassenen en grote kinderen beter verwoord. De beste boeken zijn misschien wel deze die iedereen aanspreken, van jong tot oud. Dat is met ‘De Schepping’ zeker het geval.  ‘De Schepping’ werd uitgegeven als een kinderboek, maar is ook voor volwassenen, die klein genoeg durven te zijn, zeker een bron van inspiratie en relativering. 

 

 

Voordrachtconcert: “IK GELOOF in de Schepper”.

 Zondag 15 augustus om 18.00 en 21.00 uur

Andy Serdons (voordracht) en Hannah van den Borne  (harp): “De Schepping” (Bart Moeyaert)

 

 

DOXA, Lombaardstraat 17, 3500 HASSELT

Inkom vrij.  

 

 “IK GELOOF in de kunst” – 14-29 augustus / 13- september–15 oktober 2010

 

 Info: www.virgajessefeesten.be onder AGENDA  /  www.doxa.be  /  doxa@live.be 

 

 

_____________________________________________________________________

  

 

Doxa: Primeur van Maur Etienne van Doorslaer op “IK GELOOF in de kunst” 

 

Doxa opent bij het begin van de Virga Jessefeesten op 14 augustus de deuren voor het project: “IK GELOOF in de kunst”. De internationale tentoonstelling van hedendaagse christelijke kunst biedt een primeur. Voor het eerst kunt u het nieuwste werk van Maur Etienne van Doorslaer bewonderen: “Zonder titel” (2010). Dom van Doorslaer (° 1925 Saint Remy-Les-Chevreuses (Frankrijk)) werkt om beurten zes maanden in de benedictijnenabdij Zevenkerken (Brugge) en zes maanden in Californië. Zijn vaak eenkleurige doeken ademen mysterie, rust en helder vertrouwen. Uiterst schroomvol suggereren zijn “schilder-werken” iets van de vrede die God schenkt aan wie Hem zoeken. Een zoeken dat centraal staat in het leven van monniken.